Herman Gorter:
(Wormerveer, 26 november 1864 – Sint-Joost-ten-Node, 15 september 1927).
Nederlandse dichter en radencommunist. Ook was hij medeoprichter van de Sociaal-Democratische Partij, de latere CPN. Hij is vooral bekend geworden door zijn gedicht van epische lengte Mei (1889). De openingsregel van dit gedicht, Een nieuwe lente en een nieuw geluid is een staande uitdrukking geworden.

De eerste nacht van mei en de zacht verzilverde maan beangstigt haar halve cirkel in het blauw.

– De maand mei wordt in het gedicht voorgesteld als een persoon, als de dochter van de maan en zon.
– Geboren uit de moedermaan en de zon, komt Mei in de eerste zang aan op een strand. Haar dode zus April wordt die nacht weggedragen.
– Het gedicht is doordrenkt van maanbeelden en nachtscènes in mei, precies de sfeer van het citaat.
– De jaarlijkse estafettevoordracht van het hele gedicht vindt plaats op Hemelvaartsdag in Zutphen — misschien niet toevallig dat ik in Zutphen woon! Het is echter eerlijk om te zeggen dat we de ‘exacte’ versregels in de beschikbare teksten niet heb teruggevonden — mogelijk is de formulering licht geparafraseerd of afkomstig uit een gemoderniseerde editie.
En een vogel boven je hoofd zong volg, en een vogel rechts zong hier. En de boog van de bladeren was hol en de betekenis van mei was duidelijk.

“de betekenis van mei was duidelijk” verwijst naar mei als symbool van: 🌱 ‘nieuw leven’, ❤️ ‘liefde en verlangen’, ☀️ ‘groei, bloei en levensvreugde’. 📚 Oorsprong: Het fragment komt uit “Mei”, een lang lyrisch gedicht van Herman Gorter. Het werk werd gepubliceerd in 1889. “Mei” is een belangrijk werk uit de Nederlandse literatuur en hoort bij de stroming van de ‘Tachtigers’. Kenmerken van het werk zijn: sterke ‘natuurbeleving’, veel ‘muzikaliteit en klank’, ‘intense gevoelsuitdrukking’. 👤 Auteur: Herman Gorter (1864–1927). Nederlandse dichter en schrijver. Een van de bekendste vertegenwoordigers van de ‘Tachtigers”. Bekend om zijn: beeldrijke stijl, muzikale taal, nadruk op persoonlijke en zintuiglijke poëzie.
Wat een krachtig bloed heeft de bescheiden mei.

“Wat een krachtig bloed heeft de bescheiden mei” is een uitroep van verwondering over de paradox van de meimaand: uiterlijk zacht en bescheiden, maar van binnenuit gedreven door een onstuitbare levenskracht. “Bloed” staat voor vitaliteit, sappigheid en het aardse leven zelf — de drijvende kracht achter alles wat in de lente uitbarst. De spanning tussen “bescheiden” en “krachtig” is bewust: juist het kwetsbare draagt het meeste leven in zich. Tegelijk klinkt er een tragische ondertoon in mee — zo’n krachtig wezen is ook vergankelijk, want de zomer zal de mei onherroepelijk verdringen.
Oorsprong: De beeldspraak gaat terug op de Amerikaanse dichter Ralph Waldo Emerson, die in zijn gedicht “May-Day” (1875) schreef: “What potent blood hath modest May” — letterlijk dezelfde metafoor. De Tachtigers waren sterk beïnvloed door de Engelse en Amerikaanse romantiek, en Emerson was in Nederland in die tijd breed bekend. Het is dan ook goed mogelijk dat Herman Gorter dit beeld bewust of onbewust overnam en in het Nederlands formuleerde. De twee zinnen zijn inhoudelijk en stilistisch zo verwant dat de Nederlandse versie beschouwd kan worden als een vrije vertaling van Emerson. Felix Timmermans wordt soms als mogelijke auteur genoemd omdat zijn werk — met name “Pallieter” (1916) — dezelfde sfeer van zinnelijke levensvreugde en natuurkracht ademt, maar de zin is niet van zijn hand.
Auteur: De Nederlandse formulering “Wat een krachtig bloed heeft de bescheiden mei” is van Herman Gorter (1864–1927), uit zijn epische gedicht “Mei” (1889). Gorter werkte er ruim twee jaar in het geheim aan; het telt 4381 versregels en geldt als het hoogtepunt van de Tachtigers-poëzie. De zin staat in het derde boek, wanneer Mei door een verarmde stad dwaalt — ver van de vrije natuur, maar nog altijd stralend van innerlijke kracht. De beroemdste regel van het gedicht is overigens de openingszin: “Een nieuwe lente en een nieuw geluid.”