Frederick Louis MacNeice:
(12 september 1907 – 3 september 1963).
Iers dichter, toneelschrijver en producent voor de BBC. Zijn poëzie, die vaak thema’s als introspectie, empirisme en saamhorigheid verkent, wordt beschouwd als een van de grootste van de twintigste-eeuwse literatuur.

September is aangebroken, het is van haar. Wiens vitaliteit een sprong maakt in de herfst, wiens natuur de voorkeur geeft aan bomen zonder bladeren en een vuur in de open haard.

– “September is gekomen, het is van haar”
– September behoort toe aan de vrouw van wie hij houdt, omdat het seizoen bij haar temperament past.
– “Wiens vitaliteit oplaait in de herfst”
– In tegenstelling tot mensen die verwelken als de zomer ten einde loopt, komt zij tot leven als het kouder en donkerder wordt; de herfst geeft haar energie in plaats van haar te bedroeven.
– “Wiens aard de voorkeur geeft aan / Bomen zonder bladeren en een vuur in de open haard”
– Ze voelt zich aangetrokken tot soberheid en innerlijkheid: kale takken in plaats van weelderig groen, de warmte van een haardvuur in plaats van het open zomerlicht. Het suggereert iemand die schoonheid vindt in soberheid en zich naar binnen keert naarmate het jaar zich naar binnen keert.
In bredere zin werken de regels op twee niveaus tegelijk: intens persoonlijk (een ode aan het temperament van een bepaalde vrouw) en subtiel symbolisch voor de overkoepelende stemming van het gedicht: Europa in 1938 was ook een wereld van “bomen zonder bladeren”, die zich voorbereidde op iets kouders.
Oorsprong:
De regels openen een gedeelte van “Autumn Journal”, een lang gedicht dat MacNeice in realtime schreef gedurende de herfst van 1938, tegen de achtergrond van de Münchencrisis en de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog. Het verweeft het persoonlijke leven (een liefdesaffaire, herinneringen, het alledaagse Londen) met publieke gebeurtenissen (de Spaanse Burgeroorlog, de dreiging van oorlog in Europa). De passage ging over de schilderes Nancy Coldstream, die MacNeice eerder in de jaren dertig had ontmoet en met wie ze een relatie had, die in feite in diezelfde herfst ten einde liep.
De passage gaat verder direct na de door u geciteerde regels:
> “Dus geef ik haar deze maand en de volgende / Hoewel mijn hele jaar van haar zou moeten zijn, die al / Zoveel dagen ondraaglijk of verward heeft gemaakt / Maar zoveel meer zo gelukkig. Die een geur op mijn leven heeft achtergelaten, en mijn muren / Steeds weer heeft laten dansen met haar schaduw / Wiens haar verstrengeld is in al mijn watervallen / En heel Londen bezaaid is met herinnerde kussen.”
Auteur:
Louis MacNeice (1907–1963), Ierse dichter, uit *Autumn Journal* (1938).