Lucy Maud Montgomery:
(30 november 1874 – 24 april 1942).
Gepubliceerd als L. M. Montgomery, was een Canadese schrijfster die het meest bekend werd door een verzameling romans, essays, korte verhalen en poëzie, te beginnen in 1908 met Anne of Green Gables. Ze publiceerde 20 romans, 530 korte verhalen, 500 gedichten en 30 essays.

Het was november, de maand van karmozijnrode zonsondergangen, vertrekkende vogels, diepe, droevige hymnen van de zee, hartstochtelijke windliederen in de dennenbomen.

Het was een heerlijke middag, een middag zoals alleen september kan voortbrengen als de zomer zich heeft teruggetrokken voor nog een dag vol dromen en glamour.

De rest van de vakantie was er bijna geen dag dat ze er niet naar toe gingen. Bij voorkeur op de lange, rokerige, verrukkelijke augustusavonden wanneer de witte motten over de boerenwormkruid plantage zeilden, en de gouden schemering vervaagde tot schemering en paars over de groene hellingen daarachter, en vuurvliegjes hun goblin-fakkels bij de vijver aanstaken.

Een verkoudheid in het hoofd in juni is immoreel.

Ik vraag me af hoe het zou zijn om in een wereld te leven waar het altijd juni was.

Dit is geen oud spreekwoord, maar eerder een ‘literair citaat’ met een poëtische lading.
🌸 Symbolische betekenis van “altijd juni”:
“Juni” roept vaak associaties op met:
– bloei en schoonheid
– warmte en licht
– jeugd en levensvreugde
– zorgeloosheid
– een gevoel van overvloed en hoop
💭 Wat drukt het citaat uit?
Het citaat verwoordt een verlangen naar een wereld die:
– altijd mooi en mild is
– nooit verwelkt of veroudert
– voortdurend in een staat van belofte en bloei blijft.
Met andere woorden: het is een ‘romantische mijmering’ over een ideale, bijna paradijselijke toestand.
👩🦰 Auteur:
– L. M. Montgomery
Volledige naam: Lucy Maud Montgomery
Canadese schrijfster, vooral bekend door de “Anne of Green Gables”-reeks.
Bron📚 📖 :
– Boek: “Anne of the Island”
– Jaar: 1915
📝 Context:
Het citaat past goed bij Montgomery’s stijl:
– dromerig
– natuurgevoelig
– nostalgisch
– vol verwondering over seizoenen, schoonheid en innerlijk leven
🇳🇱 Er zijn verschillende manieren om het in het Nederlands weer te geven, bijvoorbeeld:
– “Ik vraag me af hoe het zou zijn om in een wereld te leven waar het altijd juni was.”
– “Ik vraag me af hoe het zou zijn te leven in een wereld waarin het altijd juni is.”
Beide geven de strekking goed weer.
🌼 Interpretatie in één zin:
Het citaat drukt een ‘verlangen uit naar een eeuwige staat van schoonheid, zachtheid, hoop en zomerse bloei’.
Je moet onthouden om dankbaar te zijn. Maar in mei kan men gewoon niet anders dan dankbaar zijn dat we leven, al was het maar voor niets.

November is meestal zo’n onaangename maand, alsof het jaar er plotseling achter was gekomen dat ze oud werd en niets anders kon doen dan huilen en piekeren. Dit jaar wordt gracieus oud, net als een statige oude dame die weet dat ze charmant kan zijn, zelfs met grijs haar en rimpels. We hebben heerlijke dagen gehad en heerlijke schemeringen.

Ik ben zo blij dat ik in een wereld leef waar oktober bestaat.

Sneeuw in april is afschuwelijk”, zegt Anne. “Als een klap in je gezicht toen je een kus verwachtte.”

Kortom: Het beschrijft het gevoel wanneer iets waar je erg naar uitkeek, op het laatste moment wordt verpest door iets onaangenaams. ✍️ Auteur: De auteur van dit citaat is de Canadese schrijfster L.M. Montgomery (Lucy Maud Montgomery). Het citaat komt uit haar bekendste boekenserie: “Anne of Green Gables” (Anne van het Groene Huis). Oorsprong 📖: Het citaat staat in het boek “Anne of the Island” (in het Nederlands vertaald als ‘Anne op het eiland’ of ‘Anne gaat studeren’), het derde deel in de ‘Anne of Green Gables’-reeks. De context in het boek: De hoofdpersoon, Anne Shirley, zegt dit tegen haar vrienden (Gilbert Blythe en Philippa Gordon). Ze lopen door een onverwachte sneeuwstorm in april en Anne uit haar frustratie over het weer en hoe het haar hoop op de lente verpest. Het originele Engelse citaat: “I don’t mind it [the snow] so much in December… But snow in April is abominable… Like a slap in the face when you were expecting a kiss.”

1. Haar Liefde voor de Natuur: Anne heeft een diepe, bijna spirituele band met de natuur. Een onverwacht mooie dag is voor haar geen toeval, maar een wonder.
2. Haar Poetische Taalgebruik: Anne drukt zich graag uit in bloemrijke en dramatische taal. In plaats van te zeggen “Het is vandaag lekker weer voor april,” maakt ze er een kleine ode van.
3. Haar Vermogen om Schoonheid te Zien: Anne heeft de gave om zelfs in de kleinste dingen schoonheid te vinden en intens te genieten van het moment. Dit citaat getuigt van die levenslust. Een Prachtige Ontdekking! 🌟
Maart brak die winter aan als de meest zachtmoedige en zachtaardige lammeren, met dagen die fris en goudkleurig en tintelend waren, elk gevolgd door een ijzige roze schemering die geleidelijk opging in een elfenland van maneschijn.

Context: Dit is het derde boek in de Anne of Green Gables-serie. Het volgt Anne Shirley terwijl ze naar het Redmond College in Kingsport gaat om haar universitaire graad te behalen. De geciteerde passage staat aan het begin van Hoofdstuk 24, getiteld “Jonas of Priscilla” (in sommige vertalingen “Priscilla’s Jonas” of “Een Brief van Priscilla”).
🌸 Het Originele Engelse Citaat: Voor de volledigheid en om de oorspronkelijke poëzie te waarderen, is hier de Engelse tekst: “March came in that winter like the meekest and gentlest of lambs, bringing days that were crisp and golden and tingling, each followed by a frosty pink twilight which gradually lost itself in an elfland of moonshine.” – L.M. Montgomery, Anne of the Island (1915).
Maart kwam die winter binnen als het zachtmoedigste en mildste lammetje, en bracht dagen die helder, goudkleurig en tintelend waren, elk gevolgd door een ijzig roze schemering die zich geleidelijk verloor in een elfenland van maneschijn.

Tijdens hun zwerftocht legden ze alle mysteries en magie van een maartavond vast. Het was heel stil en mild, gehuld in een grote, witte, sombere stilte – een stilte die toch doorspekt was met vele kleine zilveren geluidjes die je kon horen als je evenveel met je ziel als met je oren luisterde. De meisjes liepen door een lang gangpad met dennenbomen dat regelrecht naar het hart van een dieprode, overvloeiende winterzonsondergang leek te leiden.

Maar er is altijd een novemberperiode nadat de bladeren zijn gevallen, waarin ze het bijna onfatsoenlijk vond om het bos binnen te dringen, omdat hun aardse glorie was verdwenen en hun hemelse glorie van geest en zuiverheid en witheid nog niet over hen was gekomen.
