Franz Kafka:
(Praag, 3 juli 1883 – Kierling, 3 juni 1924).
Duitstalige schrijver die wordt gezien als een van de belangrijkste auteurs van de twintigste eeuw. Zijn werk kreeg vooral na zijn dood een grote invloed op de westerse literatuur.
Kafka was aanvankelijk een staatsburger van Oostenrijk-Hongarije en meer in het bijzonder van de provincie Bohemen. Hij groeide op in de Duitstalige Joodse gemeenschap van Praag. Na het uiteenvallen van het Habsburgse keizerrijk en de oprichting van de Eerste Tsjecho-Slowaakse Republiek in 1918 werd Bohemen bij die staat gevoegd en zodoende werd Kafka een Tsjecho-Slowaaks staatsburger. Hij verbleef ook enige tijd in Berlijn, de hoofdstad van de Weimarrepubliek. Dat maakte hem tot een Duitstalige en Midden-Europese auteur die thuis hoorde in het Bohemen van die tijd. De benoeming van Kafka als ‘Tsjechisch’ auteur is historisch gezien niet helemaal correct, omdat de staat Tsjechië nog niet bestond vóór 1918. Hij kan het beste worden getypeerd als een typische Bohemer, omdat hij zowel het Duits als het Tsjechisch beheerste en met beide taalgemeenschappen in Praag uitstekend overweg kon. In de periode dat Kafka Tsjecho-Slowaaks staatsburger was – van 1918 tot 1924 – woonde en werkte hij voornamelijk in Oostenrijk en Duitsland.

Sterven zou niets anders betekenen dan het niets overgeven aan het niets, maar dat zou onmogelijk zijn voor te stellen, want hoe zou een persoon, zelfs alleen als niets, zich bewust kunnen overgeven aan het niets, en niet slechts aan een leeg niets, maar aan het niets, eerder een brullend niets waarvan het niets alleen bestaat in zijn onbegrijpelijkheid.

De waarheid is wat ieder mens nodig heeft.

Het is immers niet nodig naar het midden van de zon te vliegen, maar het is noodzakelijk om naar een schoon plekje op aarde te kruipen waar de zon soms schijnt en men zich een beetje kan opwarmen.

Ik schaamde me toen ik me realiseerde dat het leven een verkleedfeest was; en ik aanwezig was met mijn ware gezicht.

Er zijn tijden dat ik ervan overtuigd ben dat ik niet geschikt ben voor een menselijke relatie.

Ik probeer constant iets onverklaarbaars over te brengen, iets onverklaarbaars uit te leggen, iets te vertellen dat ik alleen in mijn botten voel en dat alleen in die botten kan worden ervaren.

Ik neem geen afscheid. Er is geen afscheid, tenzij de zwaartekracht, die op me loert, me helemaal naar beneden trekt. Maar hoe kan het, aangezien je leeft.

Zeggen dat je me in de steek hebt gelaten, zou heel onrechtvaardig zijn, maar dat ik in de steek werd gelaten, en soms vreselijk, is waar.

Het is alleen vanwege hun domheid dat ze zo zeker van zichzelf kunnen zijn.

Wat als ik wat meer sliep en al deze onzin vergat.

… ik kon niet uit bed komen, omdat ik niet te moe was, maar te ‘zwaar’, steeds weer dat woord … het is ongeveer de ‘zwaarte’ van een schip dat het roer kwijt is en tegen de golven zegt: ‘Voor mij ben ik te zwaar en voor jullie te licht.’ …
