Bertrand Arthur William Russell:
(Trellech (Monmouthshire, Wales), 18 mei 1872 – Penrhyndeudraeth (Gwynedd, Wales), 2 februari 1970).
Britse filosoof, historicus, logicus, wiskundige, voorvechter voor sociale vernieuwing, humanist, pacifist en een prominent atheïstisch rationalist. Russell werd in 1949 de Order of Merit toegekend en in 1950 ontving hij de Nobelprijs voor Literatuur.

De waarheid is wat wij verplicht zijn te vertellen aan politieagenten.

Wie de waarheid omtrent zichzelf onder ogen wil zien, moet wel op enkele teleurstellingen bedacht zijn.

De wiskunde, oprecht bekeken, bezit niet alleen waarheid, maar opperste schoonheid – een schoonheid koud en streng, als dat van een beeldhouwwerk.

Amerika… waar wet en gewoonte gebaseerd zijn op de dromen van oude vrijsters…

Oorlog bepaalt niet wie gelijk heeft – alleen wie er over is.

Vrijheid is het recht om te doen wat ik wil; vergunning, het recht om te doen wat jij wilt.

Het verslag van een domme man over wat een slimme man zegt, is nooit nauwkeurig, omdat hij onbewust vertaalt wat hij hoort in iets dat hij kan begrijpen.

Bepaalde dingen missen die je wilt, is een onmiskenbaar deel van geluk.

Veel van de daden waardoor mensen rijk zijn geworden, zijn veel schadelijker voor de gemeenschap dan de duistere misdaden van arme mensen, maar toch blijven ze ongestraft omdat ze de bestaande orde niet verstoren.

De meningen van mensen zijn vooral bedoeld om zich prettig te voelen; de waarheid is voor de meeste mensen een secundaire overweging.

Je kunt niet intelligent zijn door alleen maar je meningen te kiezen. De intelligente man is niet de man die er zulke meningen op nahoudt, maar de man die goede redenen heeft voor wat hij gelooft en er toch niet dogmatisch in gelooft.
